Coming out

Inmiddels durf ik openhartig over mijn traject met mijn singlecoach te vertellen. Maanden geleden koos ik zorgvuldig de mensen die ik in vertrouwen nam, nu mag iedereen het weten. En eigenlijk is het heel leuk om er over te vertellen. Vooral het verhaal over mijn vroegere flirtstrategie is vrolijk. Die strategie ging als volgt: als ik een man leuk vind geef ik zo hem min mogelijk aandacht, maak vooral geen oogcontact, praat alleen met anderen en als ik hem spreek ben ik zakelijk (bij mannen die ik via het werk ontmoet), verschans ik mij in de friend zone (bij de overige mannen), of kies ik voor een combinatie van beiden. Doet de man in kwestie vervolgens geen romantische toenaderingspogingen (wat overigens verdacht vaak zo is) dan straf ik hem door hem nog minder aandacht te geven, en nog minder te laten merken dat ik hem leuk vind: boontje komt om zijn loontje. Maar dat betekent niet dat ik hem afschrijf: misschien komt hij tot inkeer, en daar kan ik maar het beste op wachten. Zo’n project kan heel lang duren, zonder dat de man in kwestie maar een flauwe notie heeft van mijn interesse in hem. En zolang ik een project heb, hoef ik verder niet om me heen te kijken of andere acties te ondernemen.

Ik durfde eerder niet zomaar over mijn singlecoachingstraject te praten omdat ik me schaamde en vond dat er iets mis met me was. Door er over te gaan vertellen zou men meewarig zijn neus ophalen voor me, en zich van me afkeren. Maar niets is minder waar. Getrouwde, samenwonende, gescheiden of single mannen of vrouwen, iedereen herkent wel iets van waar ik over vertel. Ook zij kennen de angst om afgewezen te worden en de drempel om zich kwetsbaar op te stellen. Ook zij vrezen dat niemand ze leuk vindt en dat ze niet aantrekkelijk zijn. Het is dat hij of zij bij me is gebleven, anders zat ik nu ook bij een singlecoach, hoor ik vaak van de getrouwden.

Van het een komt het ander. Een journalist vraagt me of ze me mag interviewen over mijn kinderloosheid, en over de rol die kinderen in mijn leven spelen. Tijdens een vrolijke middag komen de negen kinderen met wie ik een band heb alsof het de normaalste zaak van de wereld is naar een fotoshoot, om met hun “tante” op de foto te gaan. Ik vertel de journalist hoe verdrietig ik het vond om zelf geen kinderen te hebben, maar hoe veel ik van de kinderen om me heen houd. Het artikel zorgt voor bijzondere reacties. Iemand met wie ik al jaren werk maar met wie ik nooit een woord heb gewisseld over mijn burgerlijke staat, omdat ik me er verlegen mee voelde en zelfs voor schaamde, omhelst me warm en vertelt over zijn dochter die alleen is. Hij geeft het tijdschrift door in zijn omgeving, wat me ontroerende mailtjes oplevert. Ik schaamde mij dat ik alleen was en kinderloos en hield me daarom stil, maar nu ik erover praat blijkt dat contact en verbinding op te leveren, en ook waardering voor wie ik ben, een leuke tante voor negen geweldige kinderen.

Dankzij mijn coming out schaam ik mij niet meer. Mijn verhaal, wat ik zo’n idioot verhaal vond, is nu een doodnormaal verhaal geworden. Nu wordt het echt tijd om een volgende stap te maken, vindt mijn coach. Ze vraagt me naar de drie mannen van de vakantie. Ik leg haar per man geduldig uit waarom het niet zo handig is om een volgende stap te zetten. Dat zijn hele goede en plausibele redenen. Mijn coach kan niet goed inschatten of ze kloppen of dat ik ze gebruik als excuus om niets te doen. Ik stel haar gerust, het is echt geen excuus. En ik beloof haar dat ik zal snel met iemand zal gaan zoenen. Dat kan nooit een probleem zijn, de wereld ligt immers aan mijn voeten.

Advertenties

De omslag

Het is zomer. De zon schijnt, het is warm. Ik voel me ontspannen, los, op mijn gemak. Ik voel me een leuk mens. Ik heb in geen enkel opzicht meer het idee dat ik anders ben dan anderen. Alles wat het afgelopen half jaar zo zwaar, moeilijk en onoverkomelijk was lijkt achter me te liggen. Ik ben vrolijk en ik heb zin om te flirten. Het tintelt in mijn hele lijf. En dat komt goed uit, want ik ben op een groepsvakantie.

Op de boot vraagt de eerste reisgenoot naar mijn liefdesleven. Aan de rand van het zwembad de tweede. En voor het eerst geef ik er een ontspannen, niet problematisch antwoord op. Ik ben eerlijk over vroeger, eerlijk over het hier en nu, en eerlijk over wat ik over mezelf ontdekt heb. Zonder daarmee mezelf tot een freak te maken. Omdat ik me geen freak voel. En het levert leuke, ontspannen, bijzondere gesprekken op, en veel herkenning.

Ik vind maar liefst drie mannen leuk. Ik zoek ze op om mee te kletsen, ik fiets met ze door de bergen en zit met ze op terrassen. En ook zij vinden me leuk! Als we gaan eten zoeken ze een plek aan mijn tafel. Ze doen mijn was, ze wachten op me boven op een top en maken me aan het lachen. Wat een verschil met voorheen. Ik heb heus mannen leuk gevonden. Aantrekkelijk. Interessant. Maar die moesten dan naar mij komen. In de tussentijd deed ik zo ongeïnteresseerd mogelijk. En als ze me dan niet het hof maakten ging ik nog verder weg. Daar word je vast geen gezellig, aantrekkelijk mens van, realiseer ik me nu.

Maar dat word ik zo dus wel. Hoe meer ik van mezelf laat zien en contact maak met ze, hoe meer ik terug krijg van ze, en hoe leuker ik mezelf weer ga vinden. Drie mannen is wel wat veel, maar ik trek me er vrolijk niets van aan. Ik mag oefenen, heeft mijn coach me geleerd, en als ik flirt hoeft dat niet te betekenen dat daar een relatie uit zou moeten komen. Ik raak hun handen aan als ik ze iets aangeef, ik kijk ze in hun ogen en leg mijn hand op hun schouder. En ik laat mezelf zien zoals ik ben, zonder terughoudendheid. Voordat ik op vakantie ging had ik het idee dat ik de cursus flirten nog een keer zou moeten volgen om überhaupt iets te durven als het gaat om flirten en te oefenen met hoe het moet. Maar het gaat me ook zonder herhalingscursus gemakkelijk af.

Ik ben niet de enige die flirt deze vakantie. Een mooie spontane vrouw doet het met overgave. Ze schudt haar haar los, kirt als de mannen grapjes maken en vraagt om de kleinste dingen om hun hulp. En ze is heel effectief. Ik laat me er voor het eerst niet door uit het veld slaan. Ik voel me niet door haar bedreigd, ik ben wie ik ben, heel anders dan zij. Ze vinden haar leuk, en mij ook. Voor het eerst verwijt ik het de mannen niet dat ze zich aangetrokken voelen door dit soort gedrag. En voor het eerst zie ik ook de lieve, spontane, vrolijke vrouw achter het kirrende, kokette gedrag.

Er zijn er ook genoeg die niet flirten deze vakantie. Ik zie de vrouw die ons licht afkeurend beschouwt als we aan tafel zitten, elkaar aanraken, grapjes maken. Ik zie de vrouw die vrolijk is en autonoom, zich goed voelt met haar leven als single, er hoeft niets te veranderen, ze praat vooral met andere vrouwen. Ik zie de vrouw die onzeker is over zichzelf, er wel bij wil horen maar niets van zichzelf durft te laten zien en bijna onzichtbaar wordt. Ik ken ze want ik was ze zelf, en ik haal opgelucht adem dat ik nu voluit durf te leven. Dit is geen corvee, geen molensteen, dit is vrolijk en licht leven dat alleen maar vrolijker en lichter wordt. Ik geniet met volle teugen, van het leven, van de mensen om me heen. Ik voel me levendiger en meer levend dan ooit tevoren.

Nieuwe wegen

Met de man met wie ik zo hard moest lachen tijdens de workshop van daten naar meer spreek ik overmoedig af dat we elkaar elke maand mailen met de opdracht elkaar te vertellen wat we gedaan hebben om een partner te vinden. Ik som op waarom ik niet aan daten toe ben gekomen de afgelopen week: een bijzonder feestelijke lunch van vrienden die tot in de late avond duurt, de aftrap van het nieuwe schouwburgseizoen waar ik een dikke stapel kaartjes koop, generale repetitie van mijn koor, eten bij een vriendin, naar een concert, een dagje naar Zwolle, uitvoering van mijn koor. Hij heeft wel een date gehad, ook al was die niet echt leuk. Hoe komt hij zo snel aan een date?

Hij vertelt me dat hij vrouwen ontmoet tijdens activiteiten voor singles. Een goed idee. Als ik daar naar op zoek ga vind ik een eindeloze hoeveelheid dingen die ik met andere singles kan doen. Nieuwemensenlerenkennen.nl, go-out.nl, singlesunited.nl, single events, het zelf organiserend vermogen van singles is imposant. Ik schrijf me in bij verschillende sites en zie ook wel wat dingen die ik leuk vind om te gaan doen. Ik boek een groepsvakantie en geef me op voor een wielrenclub.

Aan tafel met de dochters van mijn vrienden bediscussiëren we datingsites, die volgens hen echt heel ouderwets zijn. Ze gillen als tinder ter sprake komt dat dat écht niet voor oude mensen is, tot ze zien dat je leeftijden kan instellen en begrijpen waarom ze daar nog nooit mensen van boven de twintig zijn tegengekomen. Dan moet ik me direct inschrijven van ze. Tot mijn verrassing heb ik bij alle mannen die ik leuk vind een match. Wauw! Maar nu? Nu moet ik ze een bericht sturen. En afspreken.

Ik moet hier echt tijd voor vrij gaan maken. Het gaat niet werken om mijn leven te blijven leven zoals ik dat deed, een bomvolle agenda en van het ene vertrouwde event naar het andere. Ik moet buiten mijn gebaande paden gaan treden. En dat vraagt tijd, aandacht en energie. Veel energie heb ik op dit moment niet. De reorganisatie op mijn werk eist zijn tol. Ik ben moe en verdrietig om het verlies van mijn mooie baan. Ik kan nog niet veel enthousiasme opbrengen voor de nieuwe baan die er voor in de plaats is gekomen. Maar misschien is het wel een geschenk, dat het werk zich terugtrekt. Ik was er wel echt mee getrouwd. Het wordt tijd voor een nieuwe relatie, nu met iemand van vlees en bloed.

Maar ik zie er nog steeds niet echt naar uit, naar het daten. Geeft niks, zegt mijn coach. De eerste vier dates, daar moet je gewoon doorheen. Ze vindt het volstrekt normaal dat ik er niet zoveel zin in heb en dat ik in plaats daarvan liever met mijn eigen vrienden afspreek. Dat hoort er nu eenmaal bij. En ik hoef telkens ook niet verder te denken dan de duur van de date zelf. Pas als ik na een paar afspraken denk: ik vind het niet zo leuk meer, hoef ik daar conclusies aan te verbinden. En als ik moe en verdrietig ben, dan mag ik daar ook best aandacht aan besteden. Dan gaat dat even voor.

Ik gun mezelf nog even pauze. Het goede nieuws is dat ik mijn conditioneringen voel en er echt naar verlang om het anders te doen. Dat is ook lastig, de oude uitgesleten paadjes die ik altijd neem zijn bekend, de nieuwe nog niet. Maar er komt ontspanning. En dan krijg ik spontaan het adres van een man die me wel wil ontmoeten van een van mijn opleidingsgenoten. Die leuke man die ik via het werk ken maakt een afspraak om bij te praten, we kletsen honderduit, behalve over het werk. Ik ga op stap met een aantal singles en klets nog gezellig na met een leuke vent. Als ik nu terugkijk op de afgelopen tijd, heb ik juist het gevoel dat er heel veel veranderd is. En kijk ik uit naar de zes maanden die ik nog heb om een partner te vinden.

De mens is een koe

Bijna vijf maanden ben ik nu bij mijn coach. Vijf maanden geleden was de wereld nog overzichtelijk. Ik had een mooie baan, geweldige vrienden, een volle agenda, en ja, ik zou ook graag een relatie willen. De ware was ik helaas nog niet tegen gekomen. Die mooie baan, geweldige vrienden en volle agenda zijn er nog steeds, en ook nog wel de wens een relatie te vinden. Maar dat die relatie er helaas nog niet van gekomen is, dat is nu niet meer vol te houden. Mijn patronen liggen open en bloot, met onbewuste superpower heb ik het vinden van een partner vermeden. De geest is nu uit de fles. Er gebeurt bijna niets meer in mijn leven dat uiteindelijk niet te relateren is aan mijn patronen, de angsten die ik als niet meer nodig erken, en mijn gedrag dat ik daar op aan probeer te passen.

Op mijn werk zijn twee collega’s bezig met het voorbereiden van hun beider bruiloften. Tijdens de lunch bespreken we de grootse en meeslepende aanzoeken van hun fiancees, hun jurken, de keuze tussen trouwringen en extra gasten op het feest (het worden extra gasten op het feest) en de vrijgezellenfeesten. Vlak voor haar bruiloft vraag ik een bruid in spe of ze niet zenuwachtig is. Ja, beaamt ze, toen ze onlangs de andere net getrouwde collega in vol ornaat op haar bruiloft had gezien had het haar wel aangegrepen, een hele dag zo in het middelpunt. Nee, vraag ik door, niet vanwege de dag, maar vanwege het trouwen zelf, het ja zeggen tegen iemand. Daar lacht ze me hartelijk om uit. Nee hoor, zegt ze, dat is het enige waar ik níet zenuwachtig over ben. De hele dag in zo’n witte jurk de prinses zijn, dat is pas eng!

Ik kan niet meer terug in de tijd. Ik weet niet of ik haar deze vraag vijf maanden geleden überhaupt gesteld had. Ik weet niet of ik had gevoeld wat het met me doet, dat ze zo vanzelfsprekend, zo onvoorwaardelijk voor haar geliefde kiest, geen spoor van twijfel of angst. Wat ik weet is dat het me nu ontroert. Het doet me zelfs verlangen naar die vanzelfsprekendheid. Ik weet niet of het me vijf maanden geleden zou zijn opgevallen toen een medecursist van een singleworkshop ageerde tegen de notie van mijn coach dat een van de kenmerken van een relatie ook wederzijdse afhankelijkheid is. Misschien was ik toen wel degene geweest die was gaan ageren, al dan niet in mijn eigen hoofd. Bah! Afhankelijkheid! Dan maar liever geen relatie! En nu voel ik hoe mooi afhankelijkheid eigenlijk is, en hoe pijnlijk het is om je er zo van af te sluiten.

Ik neem een zonnige dag vrij en fiets 100 heerlijke kilometers door prachtig landschap, lunch op een terras aan het water. En ik voel. Ik voel mijn behoefte aan gezelschap. Nog niet zo lang geleden was ik helemaal niet blij om te voelen, nu is het alleen maar waar, en horen al mijn emoties er bij. Dit is wie ik ben. Niet de vrouw die alles alleen kan en niemand nodig heeft, maar een vrouw die het leuker vindt om een dagje samen te fietsen dan alleen. En die het waarschijnlijk ook veel leuker vindt om haar leven te delen met een geliefde. Hoewel ik nog steeds geen stap heb gezet in de richting van een relatie, voel ik me als mens completer, geïncludeerd.

Ik eet met een vriend, die me vraagt hoe het met me is. Ach, wat kan mij het schelen, ik vertel waar ik mee bezig ben, wat me bezig houdt. Hij lacht wat verbaasd. Ik heb altijd het idee dat jij zo’n rijk leven hebt, dat ik me, als ik problemen thuis heb, afvraag waarom ik niet kies voor een leven zoals jij dat hebt, zegt hij. Ik heb ook een rijk leven. Maar de mens is een koe. Een koe die graag tegen een andere koe aan ligt. En ik ben zo menselijk als wat.

Van daten naar meer

Hoewel ik het totaal niet op mijzelf van toepassing vind ga ik naar de workshop van daten naar meer die mijn coach aanbiedt. Ik date tenslotte niet, laat staan dat er sprake is van meer. Maar ik ga toch. Het is een vrolijk weerzien met een aantal leuke bekenden van vorige workshops. We praten elkaar bij. Kleine stappen vooruit, nog genoeg ruimte voor verbetering, hoor ik. Ik ben dus niet de enige. Ik krijg de slappe lach met een man die net als ik eindeloos aan de kant blijft staan als het gaat om relaties. Ik lach om onze potsierlijkheid, om de herkenning: ik blijk niet de enige die denkt dat er een ravijn is en die dat ravijn tot zijn comfort zone heeft gemaakt. Wat is het een verademing om je worsteling te delen, te zien hoe herkenbaar mijn angsten en belemmeringen voor anderen zijn en in hun verhalen mijn eigen verhaal te horen.

Het eerste deel van de workshop is gemakkelijk. Dat gaat over het creëren van een veilige, prettige sfeer. Geen enkel probleem, daar ben ik een ster in. Ik ben warm, vol aandacht, vriendelijk en empathisch. De basis zit snor. Ook het tonen van mijn kwetsbaarheid wordt steeds natuurlijker. We oefenen met het verschil tussen gesprekken waarin je je beperkt tot feiten en die waarin je je gevoel deelt. Ik voel me open en toegankelijk en heb geen enkele neiging een façade op te houden. En in die korte gesprekken ervaar ik echt verbinding, ontroering zelfs.

Maar, zo zeggen de coaches, na veilige sfeer en verbinding komt de volgende stap, want het is zaak om niet in de friend zone te blijven hangen. Die term hoorde nog niet tot mijn jargon, maar ik voel onmiddellijk feilloos aan waar het over gaat. Nog voor de mogelijkheid van een romance op kan komen heb ik me al in de friend zone verschanst.

Na wat oefeningen in daten die ik los en ontspannen doe, spelen we het moment “naar meer” na. De setting: na de derde date, bij hem thuis op de bank na de film. Gevraagd: acteurs voor verlegen vrouw en voor man die de volgende stap wil zetten. Ik meld me aan als verlegen vrouw, een medecursist speelt de man. De voortvarendheid van deze man doet mij als vanzelf groeien in mijn rol als verlegen vrouw, vakkundig houd ik hem op afstand. Als ik zijn hand op mijn rug voel, zijn arm om mijn schouder, voel ik me verstijven. Wat gebeurt er? Het voelt, als ik het durf toe te geven, fijn, die hand en die arm. Warm, uitnodigend, prettig. En ik vind het ook echt spannend, het maakt me onzeker, ook al is dit een toneelstuk. Het verstijven is een reflex, het uitgesleten paadje dat ik altijd neem. Het is tijd voor een nieuw paadje. Maar mijn verwarring brengt me niet naar een alternatieve strategie, ik blijf op het bekende terrein van afweer, al voel ik nu dat het de verpakking is van oprechte verlegenheid.

Na afloop van de workshop vertrouwt de man die de opdracht had mij te versieren me toe dat hij bijna was afgehaakt. Ik was zó afhoudend. Dat raakt me. In deze middag heeft hij mij zijn angsten en twijfels laten zien, wat hem mooi, kwetsbaar en ontroerend maakte. En hij heeft het aangedurfd een afwerende vrouw op de bank te versieren. Ik heb hem weliswaar mijn angsten en twijfels laten zien, maar ben blijven steken in mijn rol van afwerende vrouw. Wat ben ik deze man dankbaar dat hij me dit teruggeeft, zo en passent bij het afscheid nemen. Hij geeft me terug wat het effect van mijn gedrag is, van het vasthouden aan mijn afweer, ook al is dat uit gebrek aan nieuwe strategie. Dat gedrag kan ik, net als hij, veranderen. Als ik een volgende keer een warme hand op mijn rug voel hoef ik niet te verstijven, niet weg te gaan, maar kan ik genieten van dat moment, laten zien hoe fijn ik dat vind, of zelfs vertellen hoe verlegen ik er van word, en hoe onzeker.

Comfort zone

Ik eet met vrienden en hun dochters in een café. Als hij aarzelt om iets aan de barvrouw te vragen, plaagt zij hem dat dat zeker te ver uit zijn comfort zone is. Wat is comfort zone, vraagt de jongste? Geduldig vertel ik dat de dingen die je eng vindt om te doen buiten je comfort zone liggen, en dat je pas nieuwe dingen kunt leren als je daar telkens een beetje verder uit durft te gaan. Is er iets wat jij eng vindt, vraag ik? Zingen in het openbaar, zegt ze. Uit je comfort zone gaan betekent dat dan toch doen, leg ik uit. Er blijven altijd dingen die je eng zult vinden, maar de beloning als je het tóch geprobeerd hebt is altijd groot. Ze glundert, en ik weet waarom. Ik heb net een filmpje gezien waarop ze gitaar speelt en zingt voor een volle zaal. Ik ben behoorlijk in mijn nopjes. Dat heb ik nou toch maar mooi uitgelegd. Met nog een educatieve twist er aan ook.

Het duurt, eerlijk is eerlijk, behoorlijk lang voordat ik de boodschap ook eindelijk op mezelf betrek. Maar dan zie ik het helderder dan mij lief is. Mijn comfort zone is de overtuiging dat ik nooit een relatie zal krijgen. Ik heb mij ervan overtuigd dat ik aan de rand van een ravijn sta dat veel te breed en veel te diep is om naar de overkant te springen. De enige optie is daarom om niet te springen. En nu daagt het besef dat er waarschijnlijk helemaal geen ravijn is, dat ik gewoon door kan lopen. En reken maar, dat is heel oncomfortabel. Want door me in een uitzonderingspositie te manoeuvreren, als enige aan de overkant van het ravijn, heb ik mezelf vrijgekocht. Ik hoef niet te springen. De afstand is nu eenmaal te groot. En omdat de rest van de wereld wel aan de overkant staat heb ik de stille maar vaste overtuiging gecultiveerd dat het voor iedereen gemakkelijk is, liefde en relaties, behalve voor mij. Het is misschien alleen, maar wel heel veilig.

Ik heb mijn comfort zone heus op talloze andere gebieden wel verlaten. Alleen op de fiets naar de Middellandse Zee. Auditie doen voor een kamerkoor. Mijn eerste lezing in het Engels voor een zaal met 500 mensen. Ontslag nemen zonder een andere baan te hebben. Zelf iemand ontslaan. Ik vond het eng, deed het toch, en het verrijkte me. Maar wat blijkt, ik heb al mijn angst gereserveerd voor dat ravijn van de liefde. Mijn hemel. Wat ben ik verstrikt in een redeloze, irreële, dierlijke angst. Ik vecht tegen een fantoom. Je kan je angsten volgen tot hun oorsprong, wat je inzicht geeft in je patronen, maar er is nu, vandaag, werkelijk niets meer om tegen te strijden. En toch laat ik die diepgewortelde angst, ontmaskerd en wel, onbekommerd doen wat ie altijd al deed. Mij verlammen.

Ik zie mijn amechtige pogingen in dit achterhoedegevecht. Ik kan zonder gevaar zwaaiend met een witte vlag tevoorschijn komen. Die witte vlag is niet eens nodig, het is allang vrede. Mijn smoesjes zijn bijna op. Ik kan me niet meer verschuilen achter het beeld dat het alleen voor mij zo moeilijk is. Er is geen ravijn, en dat maakt mij in niets meer anders dan mijn medemens. Alle mannen en vrouwen op de wereld vinden kwetsbaarheid en afwijzing net zo eng als ik. Zij voeren ieder hun eigen strijd, die misschien niet eens zo wezenlijk verschilt van die van mij. En toch durven ze een stap te zetten. Ik kan er bijna niet meer omheen, ook ik zal het moeten aangaan. Het heeft in elk geval geen zin om te wachten tot ik ga durven, dat moment gaat niet komen. Het gaat ook niet om durven, het gaat om doen. Zoals de zingende dochter van mijn vrienden, die toch zomaar voor die volle zaal op het podium stond, het engste wat zij zich bedenken kan.

 

 

Ontzettend zielig

Och wat is het zwaar. Het vinden van een relatie is geen corvee, maar een molensteen om mijn nek. Wat ik allemaal niet kan en niet durf en niet doe is als een pan overkokende melk. De lol is ver te zoeken. Waar ga ik weer wat licht en plezier vinden? Mijn voorstel om elke dag een onbekende man aan te spreken wordt door mijn coach enthousiast ontvangen. Als ik de volgende dag na het werk thuis kom bedenk ik me dat ik dat vergeten ben. Morgen dan maar. Maar morgen is het druk. En de dag erna vertrek ik naar de Verenigde Staten.

Ik ben voor mijn werk in een swingende stad. Stralend weer. Op straat alleen maar muziek, vrolijke, dansende mensen. De lichtheid van het bestaan lijkt hier wel uitgevonden. En ik voel me ongelukkiger dan ooit. Ik vlucht van de uitbundigheid van de stad naar de beslotenheid van mijn hotelkamer. Ik voel me verdrietig en alleen, en het enige antwoord wat ik daarop geef is me nog meer af te sluiten. Ik spreek niemand aan, laat staan een man.

Mijn coach heeft me aangeraden de Tedtalk van Brene Brown te bekijken over vulnerability. Vulnerability is een mooi woord. Als je bij Engels niet hebt opgelet heb je geen idee wat het betekent, maar het klinkt prachtig. Het betekent kwetsbaarheid. Op het kingsize bed in mijn hotelkamer bekijk ik het op mijn laptop.

Naar aanleiding van een onderzoek naar verbondenheid ontdekt Brown dat wat ons uit contact houdt een universele angst is om het niet waard te zijn geliefd te zijn, omdat we niet goed genoeg, niet slim genoeg, niet dun genoeg, niet succesvol genoeg zouden zijn. Iedereen worstelt daarmee, maar de whole-hearted, de mensen die veilig gehecht zijn, zijn ervan overtuigd dat ze het ondanks alles waard zijn om geliefd te zijn. Zij hebben de moed om zichzelf en dus imperfect te zijn, omdat ze compassie hebben met zichzelf en met anderen. En omdat ze helemaal zichzelf durven zijn, kunnen zich ook echt verbinden met anderen. Zij durven kwetsbaar te zijn. Brown heeft een natuurlijke afkeer van kwetsbaarheid. Maar ze voelt naar aanleiding van jarenlang onderzoek naar verbondenheid dat die kwetsbaarheid ook het begin is van liefde, creativiteit, vreugde en verbondenheid. En daarom besluit ze aan de slag te gaan met haar eigen kwetsbaarheid.

Ja. Mooi. Herkenbaar. Heel herkenbaar. Vooral die afkeer tegen kwetsbaarheid. Mooi dat het goed kwam met haar, na een jaar therapie. En ik zou het ook wel uit willen schreeuwen. Leuk hoor, je mooie Tedtalk over kwetsbaarheid. Maar jij komt er achter dat je iets met je kwetsbaarheid moet als je al lang en breed getrouwd bent en twee kinderen hebt. En daarin ben je echt niet de enige. Alsof niet zoveel van mijn vrienden, kennissen, vage bekenden, buren, collega’s, totale vreemden dezelfde twijfels, angsten, drempels en overtuigingen hebben als ik, maar wel al dan niet gelukkig getrouwd zijn, of in hun tweede of vierde relatie. Alsof iedereen die ik ken ineens tot de 60% whole-hearted behoort, en ik als enige tot de overige 40%. Alsof mijn liefde, aandacht, zorgzaamheid, geduld, onbaatzuchtigheid, vrolijkheid, creativiteit of nieuwsgierigheid er niets toe doen omdat ik niet whole-hearted ben. Zij zijn wel samen, en dat allemaal zonder in die diepe put van hun ziel te hoeven kijken, zonder de drempels te hoeven nemen die zo hoog lijken alsof ze onneembaar zijn.

Wat zou ik graag vasthouden aan het beeld dat ik echt ONTZETTEND ZIELIG ben. Dat ik als enige in de wereld dit grote zware kruis moet dragen. En dat er ook niets anders op zit dan dit grote zware kruis te blijven dragen. Maar als ik eerlijk ben, ben ik vooral boos op mijzelf. Ik verwijt het mijzelf dat ik dit allemaal niet kan en niet durf, nog steeds niet. Dat Brene Brown haar kwetsbaarheid heeft gevonden en ik zo blijf worstelen. Maar ik zal, net als al mijn medemensen, whole-hearted of niet, toch echt zelf in beweging moeten komen. Een eerste stap is naar buiten, mijn hotelkamer uit. ’s Avonds drink ik aan de bar van een café een glas wijn. Ik heb plezier met de barman en raak geanimeerd aan de praat met een stel van in de 60, net getrouwd, dolgelukkig. Met een veel lichter hart loop ik terug naar het hotel.